Een betoog (ik denk dat dit belangrijk is)

Alles voelt als onzin, terwijl ik juist aan mezelf wil bewijzen dat de wereld de moeite waard is om tegenaan te schoppen. Ik kijk slechte televisie en lees goede boeken. Ik luister weer Angus & Julia Stone, dan gaat het nooit goed.

We lopen door de stad en ik zeg: ‘alles staat op losse schroeven.’ Als je er niet bent, bel ik je ongeveer drie keer per dag omdat ik somber ben en hoop dat jij dat voor mij op kan lossen. Het spijt me dat ik boos word als je dat niet kan. Ik ben een onredelijke trut. Ik haat emo-tv en kunstenaars die verdriet verheerlijken, maar ik vind je het liefst als je me troost. Ik haat meisjes die hun verdriet eruit schrijven nog meer. Net als meisjes die schrijven over de zee. Ik vind dat puberaal en plat. Ik denk dat ik jaloers ben, al mijn teksten zitten sinds kort vol woede.

Ik doe nu al drie jaar fulltime aan theater. Ik denk niet dat dat gezond is. Alles wat ik doe voelt onbelangrijk en nep. Kunst schijnt belangrijk te zijn, maar ik weet eventjes niet zo goed waarom. Als het is om de schoonheid van de wereld te tonen, wil ik tegen het publiek zeggen: ‘ga naar buiten, doe je ogen open.’ Als het is om de lelijkheid van de wereld te tonen, wil ik zeggen: ‘ga naar buiten, doe je ogen open.’ Als het is om in gesprek te raken, wil ik het publiek met de volgende woorden de theaters en de musea uit jagen: ‘gooi al je beeldschermen weg, geef al het geld dat je weggooit met zwijgzaam naar een kunstwerk staren uit aan bier en praat godverdomme met elkaar.’
Dat is alles.

Ik heb de laatste tijd veel nagedacht over de rol van theater in de wereld en mijn eigen rol in het theater. Ik denk dat theater het cynisme en de apathie moet bestrijden. Als ik het heb over de wereld lijkt deze vaak zo hard en onveranderbaar. Het lijkt veilig ieder existentieel en kritisch gesprek te eindigen met een zucht of een zin die lijkt op: ‘zo zit de wereld nu eenmaal in elkaar’, maar dat is het niet. Ondanks dat wij tegenwoordig alle stront van alles en iedereen over ons heen krijgen, mogen wij niet vluchten.
Ik haat cynisme en apathie en daarom haat ik mezelf. Toen ik pas koffie dronk met een vriendin en mijn eigen verdriet bagatelliseerde, zei ik ineens tegen haar: ‘ik ben cynisch geworden, he.’ Ik heb daar ’s avonds om gehuild.

Ik wil weer een open zenuw zijn. Ook al is een constante stroom van emoties puberaal en verdien ik als twintiger mijn naïviteit niet meer. Ook zonder de kinderlijke naïviteit wil ik gedesillusioneerd en gechoqueerd worden door een wereld waarin mensen worden onthoofd, gemarteld of gedumpt. Ik kan de apathie en het cynisme niet bestrijden als ik mezelf toesta dit soort pijnpunten te ontlopen door in een ander tabblad facebook te openen of te zeggen: ‘zo zit de wereld nu eenmaal in elkaar.’ Of als ik mijn vriendje bel om hem mijn somberheid op te laten lossen.

Als ik wil dat theater en mijn rol daarin blijven bestaan, moet ik bloedeerlijk zijn. Ook al doet dat pijn. In deze eerlijkheid kan ik tegelijkertijd schoonheid en lelijkheid tonen. Het is lelijk om gechoqueerd/somber/geil te zijn; het is mooi om nog geraakt te kunnen worden in deze kapot gemedieerde wereld. En ook: het is mooi om verliefd/ontroerend/geil te zijn; het is lelijk dat dit soort gevoelens in het niet lijken te vallen bij het kwaad. Dat is onzin. De haat en de liefde zijn evenveel waard.
Wij denken misschien alles al gezien te hebben, maar iedere ervaring is nieuw en dient zo ervaren te worden. Het lijkt alsof wij alles al hebben meegemaakt: wij hebben zelf gezoend in de regen, wij hebben koppeltjes zien zoenen in de regen, wij hebben filmkoppeltjes zien zoenen in de regen op het grote witte doek. Maar hebben wij nooit eerder gezoend in de regen op negentien oktober 2014 om kwart voor elf ’s avonds.

Ik weet niet waarom ik in mijn teksten altijd de behoefte voel mezelf af te slachten. Ik denk dat het misschien komt omdat ik zelfhaat een onverschrokken en choquerende emoties vind. Zelfmedelijden is als een bad vol warm water. Zelfhaat als een ijsdouche.
Ik denk dat zelfhaat in de Westerse wereld met opeenvolging van de volgende gedachtes ontstaat: ‘wij hebben alles en moeten gelukkig zijn’ en ‘ik heb alles en ik ben niet gelukkig.’ Ik voel mij vaak verwend tegenover de rest van de wereld. Ik zit in de luxe positie van toeschouwer. Ik lees de krant, kijk sporadisch het nieuws en jank daar niet om, terwijl er genoeg te janken valt. Dat maakt mij apathisch en cynisch. Als ik een uur later wel jank om een berichtje van mijn vriendje, ben ik een in zelfmedelijden zwelgende trut. Als ik deze twee momenten, mijn apathie, cynisme en zelfmedelijden, aan elkaar vast knoop, is daar voila mijn perfecte reden tot zelfhaat.

Zelfhaat wordt vaak weggelachen. ‘Ik walg echt van mezelf’, zeggen we als we een puistje hebben. ‘Ik walg van de wereld’, zeggen we als we over het nieuws nadenken. De gedachte dat wij, walgelijke mensen, die mee-eters en hongersnood op een even hoog pitje zetten, de wereld walgelijk maken, is choquerend. Vanuit onze luxepositie als toeschouwer vergeten we dat wij het zijn die op het podium staan.
Ik wil daarmee niet zeggen dat de mensheid slecht is. Of misschien wil ik dat ook wel. Ik wil vooral dat mensen niet vergeten dat ze slecht en goed zijn. Tegelijkertijd. En dat dit bewustzijn, deze versmelting van goed en kwaad ons tot mensen maakt die zichzelf niet moeten bewapenen met cynisme of apathie, of zich moeten bevechten met zelfhaat, maar alles gewoon moeten laten bestaan en onafhankelijk, en niet verpest door eerdere ervaringen, moeten ervaren.
Wij moeten niet te hard zijn. Wij moeten mild zijn. Wij mogen huilen om vriendjes en om ebola. Zonder liefde geen haat, zonder groot geen klein, etcetera. Alles krijgt pas betekenis in perspectief.

Ik denk, of beter: ik wil geloven dat theater het medium is om deze boodschap over te dragen. Waarom? Omdat theater alle aandacht opeist en als enige kunstvorm in staat is in het hier en nu het gesprek aan te gaan over lelijkheid en schoonheid, om na een gezette tijd de mensen weer de straat op te sturen. Misschien met een frisse blik en misschien ook niet. Allebei zijn even waardevol.

Ik ben nog steeds in de war. Over alles. En vraag me af of dit betoog slechts schijn is om ook niet nog eens mijn eigen bestaansrecht als mens onderuit te hoeven vagen. Ik weet het niet. Dit is een slecht einde.

"Stories should have the suffering, not the people."

David Lynch

"Someone who is perennially surprised that depravity exists, who continues to feel disillusioned (even incredulous) when confronted with evidence of what humans are capable of inflicting in the way of gruesome, hands-on cruelties upon other humans, has not reached moral or psychological adulthood.
No one after a certain age has the right to this kind of innocence, of superficiality, to this degree of ignorance, or amnesia.
There now exists a vast repository of images that make it harder to maintain this kind of moral defectiveness. Let the atrocious images haunt us. Even if they are only tokens, and cannot possibly encompass most of the reality to which they refer, they still perform a vital function. The images say: This is what humans are capable of doing- may volunteer to do, enthusiastically, self-righteously. Don’t forget."

Susan Sontag - Regarding the pain of others

Ik moet mezelf verzinnen, opbreken en afbouwen. Ik moet aan mezelf werken en niet aan mijn personages. Ik moet choqueren en troosten. Aaien en bijten. En dat allemaal als mezelf.

Vanaf nu ben ik een rockster en geen schrijver meer.

"I did see the light at the end of the tunnel
And it wasn’t a train"

David Bowie

"Misschien koos ik in mijn jeugd de verkeerde helden - dichters die rusteloos over de aarde zwierven, die ‘groots en meeslepend’ leefden. Maar ik bleef liever thuis."

Zeven pogingen een geliefde te wekken - Ineke Riem

O, lief dagboek. Waren wij maar een Nokia 3310. Maar wij zijn nostalgische kutjes met zo’n hip uitklapmodel. Wij kunnen geen kant op. Onze dromen zijn nog geen breezer waard.

Ik wil zo graag sorry zeggen tegen Tiff en dat ik graag naar haar verhalen luister omdat ik dan het gevoel heb dat ik iets van het ‘dit-is-de-tijd-van-je-leven’-leven meemaak, maar ik durf haar niet eens aan te kijken. En Nance al helemaal niet. We zijn echt VEEL te ver gegaan en ik begrijp niet waarom.

Sinds kort het ik weer Stacie Orrico haar.